Dokter Gigi
Altijd vergeet ik wel iets wanneer we op vakantie gaan en altijd zit ergens in de inbox een nog niet gelezen e-mail onder het motto: komt nog wel.
Toen we na een vliegreis vanaf Bali in Flores aankwamen en uiteindelijk in Cancar, de plaats waar ik als tandarts zou gaan werken, bleek alles op tandheelkundig gebied nog meer tegen te vallen dan voorzien.
Natuurlijk had Mark, mijn nederlandse contactpersoon in Flores en werkzaam voor een vrijwillgersorganisatie, mij al ruim van te voren op de hoogte gesteld: foto's van de behandelkamer, stoel, unit en wat er aan gebruiksgoederen in voorraad was had hij naar mij in Nederland doorgestuurd.
De behandelkamer bevindt zich in het lokale ziekenhuis, geleid door nonnen.
Anderhalve dag voor mijn werk aldaar (gepland twee dagen) bezochten Mark en ik het ziekenhuis en maakte ik kennis met de tandartsassistente en zuster Reggie: non, verpleegkundige en bij gebrek aan artsen ook chirurg.
Voor de goede orde: zuster Reggie loopt al tegen de tachtig.
De voorraad gebruiksgoederen was minimaal: een klein potje vulmateriaal, een tiental boortjes voor snel-en langzaamloop en wat wattenrollen.
Royaal aanwezig: extractietangen en hevels, de meeste exotische typen.
En: één matrixspanner.
Wat was ik blij dat ik twee dagen voor vertrek toch nog net de niet gelezen mailtjes had doorgenomen. Mark had twee weken eerder een mailtje gestuurd met als inhoud: er is bijna niets op het gebied van anesthesie.
Bij mijn leverancier van materialen, een firma aan de zuidkant van Utrecht met een kenmerkende windmolen voor de ingang, wist ik nog tijdig carpulehouders, naalden, anesthesiecapsules, handschoenen en vulmateriaal te bemachtigen. Bij het ophalen van de spullen bleek dat ik de spullen aangeboden kreeg: het was immers voor het goede doel. Een heel ruimhartige interpretatie van het begrip: full service depot!!
De unit was bij ons eerste bezoek niet in functie: de compressor stond niet aan en was ook niet meteen aan te krijgen....




screening kinderen in Lambuan Bajo, Flores
We hadden ons voorgenomen een uur voor de patientenbehandeling aanwezig te zijn om een werkschema op te stellen en te bezien of de unit mogelijk gebreken had.
Die avond heb ik met tranen van het lachen mijn reisgenoten verteld over de escapades met de unit, maar de situatie waarin de unit zich bevond was er evenzeer een om van te huilen.
Nog voordat de unit zou worden aangezet, bleek dat de stoel los op de grond stond. In praktijk bracht dat met zich mee dat de rugleuning niet al te ver naar achteren mocht, op straffe van het achteroverkukelen van de stoel met patient en al.
Voordat we dat hoorden, bleek dat de unit geen stroom kreeg. Een snel aanwezige monteur constateerde een snoerbreuk, nadat hij de kap van de afzuigmotor had verwijderd en een gemummificeerde kakkerlak tussen de snoeren vandaan tevoorschijn toverde.
Niettemin: na een kwartier hadden we een unit die zou werken. Hoewel…. de snelloop had geen waterkoeling. Dat bleek al geruime tijd het geval te zijn en de oplossing was simple, de assistente spoot met de luchtspuit water op de te behandelen tand of kies. Althans: probeerde te mikken op het element. Veel te weinig natuurlijk waardoor al snel de geur van verbrand weefsel ontstond. Nu moest de patient na een paar seconden boren met water spoelen omdat ook de afzuigmotor niet werkte.
Daarvoor was een constant onder de kin door de patient vast te houden spoel/kwijlbakje de oplossing.
Gelukkig bleek het met de warmteontwikkeling bij het boren mee te vallen De compressor leverde amper druk zodat de boor al met een klein beetje druk stil viel. Voor de langzaamloop waren geen boortjes aanwezig zodat het summier geopende gat met een handinstrument schoon gemaakt moest worden.
Daar heb ik dan twee dagen op gewerkt, samen met Trivon, de tandartsassistente.
Niet dat ze overdag normaal gesproken veel te doen had: sinds 2008 was er geen tandarts meer geweest.
Uit haar handelen kon ik overigens wel opmaken dat ze wel veel ervaring had en kennelijk een opleiding tot assistente had gevolgd.
Misschien dacht ze bij aanvang van de eerste werkdag dat het me niet zou lukken aan de slag te gaan. Waar ik in witte broek en t-shirt verscheen, was zij immers in een onberispelijk mantelpakje komen opdagen.

Louk behandelt doof jongetje
Onze patienten waren een veertigtal dove en blinde kinderen uit een tehuis dat door nonnen geleid wordt. Kinderen, die door hun ouders vaak jarenlang weggestopt waren in een hutje, omdat zo'n kind als een schande voor de familie beschouwd wordt. Soms tot op puberleeftijd weggestopt: de dove kinderen amper in staat tot enige vorm van communicatie.
Het is fantastisch en ontroerend om te zien hoe de nonnen met zoveel inzet met die kinderen aan de slag gaan. Immers ze leren gebarentaal, gaan naar school en de nonnen proberen de kinderen een vakopleiding te geven.
Er was een soort voorselectie (het tehuis telt ruim 170 kinderen) gedaan door de nonnen, waarbij in ieder geval de kinderen met klachten mochten komen naar Dr.Gigi: de tandarts.
De gebitssituatie van de ruim 40 kinderen die ik gezien heb was dramatisch: er waren erbij waarbij een volledige prothese nog de enige mogelijkheid was. Het merendeel van mijn werkzaamheden bestond dan ook uit het verwijderen van veelal tot op het tandvlees aangetaste tanden en kiezen, soms tot vier per kind.
Van te voren had ik een aantal zinnetjes in het Indonesisch op papier gezet,waarvan: Saya mau chabut gigi mu: "ik wil je kies er uit halen" de zin was die ik het meest kon gebruiken. Lukte het mij niet de boodschap over te brengen dan fungeerde Mark als tolk naar zuster Rita, een ontzettend aardige en innemende non van het tehuis, die een beetje Engels sprak en in gebarentaal met de doven kon communiceren. Je ziet daarbij in een hoeveel groter isolement de dove kinderen verbleven dan de blinde kinderen. Pas na het aanleren van gebarentaal onstond er iets van contact met anderen.

Misschien dat ik de lat bij aanvang te hoog gelegd had, maar na de eerste werkdag had ik toch niet echt een voldaan gevoel: trekken, trekken en nog eens trekken: een verdoolde restauratie die de toets der Westerse kritiek niet zou kunnen doorstaan en amper communicatie met de kinderen. Bovendien: het geeft niet echt een tevreden gevoel als je een kies met een niet al te groot gat moet verwijderen omdat bij het schoonmaken de zenuw net aan bloot kwam te liggen. Immers enige instrumenten of materialen om die kies dan toch te behouden ontbraken.
Ook attributen om het en en ander te reinigen ontbraken. Daar werd ik wel heel cru mee geconfronteerd.
Want na de eerste afbehandelde patient zat de spoelbak onder het bloed en dat bleef gewoon aanwezig toen de volgende patient al in de stoel zat. Hoewel ik wist dat de volgende blinde patient er toch niets van zag, vroeg ik toch maar aan Trivon of ze de spoelbak wilde reinigen. Daartoe was geen enkele borstel aanwezig laat staan reinigingsvloeistoffen. Trivon dus in het ziekenhuis op zoek naar een borstel en kwam terug met........een oude tandborstel, waarmee de spoelbak schoon geborsteld werd en welke borstel vervolgens gebruikt werd om de extractietangen van bloed te ontdoen met blote handen, ondanks mijn nadrukkelijke uitnodiging om handschoenen aan te trekken.
De zelfde tandenborstel is twee dagen gebruikt om spoelbak en instrumenten te reinigen.
Het zij gezegd: heel conscentieus en ogenschijnlijk leek het allemaal erg schoon bij gebruik bij een volgende patient.
Overigens was het niet alleen Trivon die haar schoonmaakactiviteiten zo oppakte: desgevraagd volgde zuster Rita of een andere langskomende verpleegster zonder enige gene dit “schoonmaakritueel”.

Trivon ondersteun
Steriliseren werd wel gedaan tijdens de lunchpauze en aan het eind van de dag: maar of de sterilisator nou echt deed wat nodig was: ik heb er verder maar niet naar gekeken..
Hoe vervelend ook voor de kinderen: ze gedroegen zich zonder uitzondering voorbeeldig: in het volste vertrouwen in de begeleidende zuster Rita lieten ze zich verdoven en behandelen. En als je nog nooit bij een tandarts geweest bent en zoals een blinde zelfs niet kunt zien wat er gebeurt is het bewonderingswaardig hoe uiteindelijk elke behandeling uitgevoerd kon worden.
Naast het nodige geduld en het proberen in te leven (dat je bij dit soort kinderen natuurlijk moet opbrengen om ze te behandelen) was het ook Trivon die zichtbaar in haar rol groeide. Waar ze zich na de lunchpauze de eerste dag meteen had omgekleed tot assistente (ik herkende haar amper in haar nieuwe outfit) ging ze zich geleidelijk aan ook echt met de kinderen bezighouden middels begeleiden naar de stoel en proberen met een eigen soort gebarentaal de dove kinderen te bereiken. Daarnaast een knuffel op zijn tijd.
Kennelijk had ze zulke patienten nog niet eerder meegemaakt, want aanvankelijk stelde ze zich uit onwennigheid wat afstandelijk op.
Maar steeds met een bijzondere belangstelling voor hoe ik alles deed.....
Dat de kinderen er wat voor over hadden zich te laten behandelen bleek wel uit het volgende: Een dependance van het tehuis bevond zich op 125 km rijden van het ziekenhuis in Lambuan Bajo en vandaaruit kwamen ook twee jongelui (een doof en een blind) zonder begeleiding met een bemo (een klein vervoersbusje waar een stuk of twintig mensen in gepropt worden) na een reis van bijna vijf uur in het ziekenhuis aan. De behandeling: een vullinkje en twee getrokken kiezen. Om vervolgens ergens in de buurt te overnachten en het busje te nemen dat de volgende dag weer terug reed.
Zo ploeterden we twee stevige werkdagen: tien kinderen 's morgens en tien 's middags, aangevuld met de begeleidende nonnen en meneer pastoor als laatste. Want de tamtam had natuurlijk zijn werk wel gedaan.
Omdat een non en de pastoor de laatste waren die behandeld waren, werd de dag dan ook luidruchtig afgesloten met een “ Aaaaa Aaaaa Aaa Aaa men.”
De koorknapen van vroeger (Ja, dat was ik vroeger ook) herkennen uit de manier van schrijven de bijbehorende muziek wel.

ook de begeleiden
Het was "bapak Gerard" die me er na twee dagen werken van overtuigde dat het toch echt zinvol was geweest.
Zowaar had ik dat gevoel na de tweede dag ook.
Want het was inderdaad zo, dat de tweede dag al heel wat soepeler verliep: je durft zelf wat meer in het Indonesisch, je leert met de beperkingen om te gaan en er onstond zowaar al een soort van geoliede samenwerking tussen mij en Trivon, met hulp van de immer aanwezige Mark en zuster Rita.
Preventie, preventie , preventie.
Daar zijn we als tandartsen goed van doordrongen en eigenlijk zou je werk als tandarts hier moeten zijn: Voorlichting geven, goede tandpasta en goede tandenborstels geven.
Dat voorlichten en overtuigen zal moeilijk genoeg zijn afgezien van de taalbarriere: in de cultuur zit suiker verweven: het wordt als een teken van respect gezien iemand een kop thee of koffie met suiker aan te bieden en snoepen tussendoor is de gewoonste gang van zaken.
Wanneer we koffie bestelden was het altijd: tampa gula: zonder suiker! Want anders krijg je een mierzoet drankje.
Timme, mijn oudste zoon, had ervoor gezorgd dat we liefst 40 tandenborstels en tubes tandpasta vanuit Nederland konden meenemen, geschonken(!)door zijn werkgever die deze attributen zelf produceert en levert.
Het had er ook zomaar een veelvoud van kunnen zijn. Menigeen kwam langs (waaronder de monteur) met de vraag of ze ook een "sigat gigi" en "pepsodent" mee mochten nemen.
De jongelui, die we een eigen! tandenborstel en tube tandpasta meegaven waren dan ook zo blij als een kind.

tandenbor
De twee dagen werk deden me denken aan de reclame waarin een jongen na ook twee dagen ergens gewerkt te hebben via een uitzendbureau pontificaal werd uitgezwaaid door het voltallige personeel.
Het was natuurlijk onvergetelijk en voor herhaling vatbaar.
Bovendien leerzaam: ik weet waar ik me op kan voorbereiden, wat mee te nemen, wat te doen (voorlichting: dus ook Indonesisch leren) en dat een technicus de unit moet opkalefateren, als dat nog mogelijk is.
Wat valt er nog meer te zeggen:
Dat we hartverwarmend welkom werden geheten door zuster Reggie en tijdens onze lunchpauze door haar zelf tussen de operaties door werden bediend! Je voelt je daar wel wat beschroomd bij...
Dat we zo dankbaar werden uitgezwaaid door al diegenen met wie we in die twee dagen te maken hadden gehad en natuurlijk dat we vooral weer terug moesten komen.
Dat ik als gewezen katholiek wel erg veel bewondering heb gekregen voor de onbaatzuchtige en liefdevolle inzet van de nonnen.
Natuurlijk kun je van alles zeggen over het instituut kerk, maar zonder de soepel lopende machinerie van die zelfde kerk zouden ontzettend veel mensen er hier veel slechter aan toe zijn.
Trivon was ontzettend blij dat ik de anesthesiecarpulehouders, naalden en anesthesiecapsules, vulmateriaal en spuitjes om het vulmateriaal aan te brengen achterliet. Die boodschap liet ze ook nog via zuster Reggie overbrengen.
Het was dan ook Trivon, die sinds 2008 in het ziekenhuis de rol van tandarts op zich had genomen.......
Louk Herber